
De Commissie heeft vandaag de resultaten bekendgemaakt van de index van de digitale economie en maatschappij (“Digital Economy and Society Index” of “DESI”) van 2020, waarmee de algemene digitale prestaties van Europa en de vooruitgang van de EU-landen op het gebied van digitaal concurrentievermogen worden gemonitord. Uit de DESI van dit jaar blijkt dat er in alle lidstaten en op alle belangrijke gebieden in de index vooruitgang is geboekt. Dit is des te belangrijker in de context van de coronapandemie, die heeft aangetoond hoezeer digitale technologieën van essentieel belang zijn geworden. Hierdoor kan het werk doorgaan, de verspreiding van het virus worden gevolgd en het onderzoek naar geneesmiddelen en vaccins worden versneld. Verder laten de DESI-indicatoren inzake herstel zien dat de EU-lidstaten meer inspanningen moeten leveren om de dekking van netwerken met zeer hoge capaciteit (Very High Capacity Network, VHCN) te verbeteren, 5G-spectrum toe te kennen om 5G-diensten commercieel te kunnen benutten, de digitale vaardigheden van de burgers te verbeteren en de digitalisering van het bedrijfsleven en de overheid verder te ontwikkelen.
Uitvoerend vicevoorzitter Margrethe Vestager: “Uit de coronacrisis is gebleken hoe belangrijk het is dat burgers en bedrijven verbonden zijn en online met elkaar in contact kunnen treden. We blijven met de lidstaten samenwerken om gebieden aan te wijzen waar meer investeringen nodig zijn, zodat alle Europeanen kunnen profiteren van digitale diensten en innovaties.”
Thierry Breton, commissaris voor Interne Markt: “Uit de gegevens die we vandaag publiceren, blijkt dat het bedrijfsleven nog nooit zoveel digitale oplossingen heeft gebruikt. We moeten ervoor zorgen dat kleine en middelgrote ondernemingen niet achterblijven, en dat de meest geavanceerde digitale technologieën in de gehele economie worden toegepast.”
In het kader van het op 27 mei aangenomen herstelplan voor Europa biedt de DESI informatie voor een landspecifieke analyse ter ondersteuning van de digitale aanbevelingen uit het Europees Semester. De lidstaten kunnen op deze basis hun hervormingen en investeringsbehoeften sturen en prioriteren, waardoor de toegang tot de faciliteit voor herstel en veerkracht met een waarde van 560 miljard euro wordt vergemakkelijkt. De faciliteit verschaft de lidstaten de middelen om hun economieën veerkrachtiger te maken en zorgt ervoor dat hun investeringen en hervormingen de groene en digitale transities ondersteunen.
Belangrijkste bevindingen van de DESI van 2020
Finland, Zweden, Denemarken en Nederland zijn de leiders wat de algehele digitale prestaties in de EU betreft. Malta, Ierland en Estland volgen op de voet. Uit de internationale index van de digitale economie en maatschappij (“International Digital Economy and Society Index”, of ”I-DESI”) blijkt dat de best presterende landen van de EU ook wereldwijd leidend zijn. De grootste economieën van de EU zijn geen digitale koploper, hetgeen erop wijst dat de digitale transformatie van de EU moet versnellen om successen te boeken in de dubbele digitale en groene transformatie. De afgelopen 5 jaar heeft Ierland de grootste vooruitgang geboekt, gevolgd door Nederland, Malta en Spanje. Die landen presteren ook ruim boven het EU-gemiddelde volgens de DESI-score.
Vanwege de grote impact van de pandemie op de vijf dimensies van de DESI moeten de bevindingen van 2020 worden gelezen in het licht van de talrijke maatregelen die de Commissie en de lidstaten hebben getroffen om de crisis te beheersen en het economisch herstel te ondersteunen. De lidstaten hebben maatregelen genomen om besmettingen tot een minimum te beperken en de zorgstelsels te ondersteunen, onder meer door applicaties en platforms in te voeren om telegeneeskunde te vereenvoudigen en de verdeling van zorgmiddelen te coördineren. De Commissie heeft ook maatregelen genomen, onder meer via een aanbeveling over een gemeenschappelijke toolbox voor het gebruik van technologie en gegevens om de COVID-19-crisis te bestrijden en te boven te komen, met name wat mobiele applicaties en het gebruik van geanonimiseerde gegevens in traceringsapps betreft. Het orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) is op verzoek van de Commissie begonnen met het monitoren van het internetverkeer om overbelasting te voorkomen.
Belangrijkste bevindingen in de 5 digitale gebieden
De index van de digitale economie en maatschappij meet de vooruitgang die in de lidstaten is geboekt op de 5 belangrijkste beleidsterreinen, namelijk connectiviteit, digitale vaardigheden, internetgebruik door particulieren, integratie van digitale technologieën door bedrijven en digitale overheidsdiensten.
De connectiviteit is verbeterd, maar er moet meer worden gedaan om te kunnen inspelen op de snel toenemende behoeften. De lidstaten werken aan de omzetting in de nationale wetgeving van de nieuwe EU-regels die in 2018 zijn vastgesteld, om investeringen in vaste en mobiele netwerken met een zeer hoge capaciteit te stimuleren. 78 % van de huishoudens had in 2019 een abonnement op vaste breedband, tegenover 70 % 5 jaar geleden, en 4G-netwerken bieden dekking voor vrijwel de gehele Europese bevolking. Slechts 17 lidstaten hebben evenwel reeds spectrum toegewezen in de 5G-pioniersbanden. Dat zijn 5 landen meer dan vorig jaar. Finland, Duitsland, Hongarije en Italië zijn het verst gevorderd inzake 5G-gereedheid. Vaste breedbandnetwerken met zeer hoge capaciteit zijn beschikbaar voor 44 % van de huishoudens in de EU.
Op het gebied van digitale vaardigheden is grotere vooruitgang nodig, zeker nu uit de coronacrisis is gebleken dat toereikende digitale vaardigheden van cruciaal belang zijn voor burgers om toegang tot informatie en diensten te krijgen. Een groot deel van de EU-bevolking, 42 %, beschikt nog steeds niet over digitale basisvaardigheden. In 2018 werkten ongeveer 9,1 miljoen mensen als ICT-specialist in de EU, 1,6 miljoen meer dan 4 jaar geleden. 64 % van de grote ondernemingen en 56 % van de kleine en middelgrote ondernemingen die in 2018 ICT-specialisten hebben aangeworven, gaven aan dat vacatures voor ICT-specialisten moeilijk te vullen zijn.
De pandemie heeft geleid tot een sterke toename in internetgebruik, maar die trend was al voor de crisis waarneembaar, met 85 % van de mensen die ten minste eenmaal per week van het internet gebruik maakte, tegenover 75 % in 2014. Het gebruik van videogesprekken is het sterkst gestegen, van 49 % van de internetgebruikers in 2018 tot 60 % in 2019. Internetbankieren en onlinewinkelen zijn ook populairder dan voordien, en worden door 66 % respectievelijk 71 % van de internetgebruikers gebruikt.
Ondernemingen raken steeds meer gedigitaliseerd, waarbij grote ondernemingen het voortouw nemen. 38,5 % van de grote ondernemingen maakt al gebruik van geavanceerde clouddiensten en 32,7 % gaf aan dat ze gebruikmaken van de analyse van big data. De grote meerderheid van de kleine en middelgrote ondernemingen maakt echter nog geen gebruik van deze digitale technologieën; slechts 17 % van hen maakt gebruik van clouddiensten en 12 % analyseert big data. Wat e-commerce betreft, verkocht slechts 17,5 % van de kleine en middelgrote ondernemingen in 2019 producten of diensten via internet, een zeer geringe stijging van 1,4 % in vergelijking met 2016. Daartegenover maakte 39 % van de grote ondernemingen in 2019 gebruik van onlineverkoop.
Om e-commerce te stimuleren, heeft de EU overeenstemming bereikt over een reeks maatregelen, van het beëindigen van ongerechtvaardigde grensoverschrijdende belemmeringen tot het waarborgen van de bescherming van online consumentenrechten en het bevorderen van grensoverschrijdende toegang tot online-inhoud. Sinds december 2018 zijn consumenten en bedrijven in de hele EU gerechtigd de beste onlineaanbiedingen te vinden zonder te worden gediscrimineerd op grond van hun nationaliteit of verblijfplaats.
Tot slot is er een stijgende tendens naar het gebruik van digitale overheidsdiensten op het gebied van e-overheid en e-gezondheid, waardoor overheden en bedrijven efficiënter en goedkoper kunnen werken, de transparantie wordt vergroot en meer burgers aan het politieke leven kunnen deelnemen. 67 % van de internetgebruikers die in 2019 formulieren indienden bij overheidsdiensten, maakt nu gebruik van onlinekanalen (tegenover 57 % in 2014). Daaruit blijkt het gemak van op ICT versus op papier gebaseerde diensten. De koplopers op dit gebied zijn Estland, Spanje, Denemarken, Finland en Letland.
Achtergrond
Met de jaarlijkse index van de digitale economie en maatschappij wordt de vooruitgang gemeten die de EU-lidstaten boeken in de richting van een digitale economie en maatschappij. Daarbij wordt voornamelijk gebruikgemaakt van gegevens van Eurostat en van gespecialiseerde studies en verzamelmethoden. De verslagen van DESI 2020 zijn gebaseerd op gegevens over 2019. Om de methodiek van de index te verbeteren en om rekening te houden met de laatste technologische ontwikkelingen zijn een aantal wijzigingen aangebracht in de editie 2020, die nu ook de dekking van het vaste netwerk met zeer hoge capaciteit omvat. De DESI van de voorgaande jaren is voor alle landen herberekend om rekening te houden met de wijzigingen in de keuze van indicatoren en met correcties in de onderliggende gegevens. Daardoor is het mogelijk dat de scores en de plaatsen van landen anders zijn dan in vorige publicaties. Aangezien de cijfers betrekking hebben op 2019, is het Verenigd Koninkrijk opgenomen in de DESI 2020 en in de berekende EU-gemiddelden.
Meer informatie
De index van de digitale economie en maatschappij – DESI 2020
DESI 2020: Vragen en antwoorden
Landprestaties op digitaal vlak
Instrument voor gegevensvisualisatie:
Digital technologies – actions in response to coronavirus pandemic













