Apple heeft in de Verenigde Staten voor 18 miljoen dollar (16,5 miljoen euro) geschikt in een zogeheten classaction (proces namens een groep), blijkt woensdag uit rechtbankdocumenten. Aanklagers zeiden dat Apple de videobeldienst FaceTime in iOS 6 bewust heeft kapotgemaakt, zodat gebruikers werden gedwongen om naar iOS 7 te updaten.
De rechtszaak werd in 2017 aangespannen en gedupeerden konden zich daarbij aansluiten. Dat deed een grote groep gebruikers. Uiteindelijk levert de schikking ze 3 dollar per getroffen apparaat op.
Apple bracht het mobiele besturingssysteem iOS 7 in 2013 uit. Het bedrijf stapte hierbij over naar een nieuwe verbindingstechnologie voor FaceTime. In iOS 6 werd een duurdere methode gebruikt, omdat een goedkoper alternatief gepatenteerd was.
Als gevolg van de overstap naar een nieuwe techniek werkte FaceTime ineens niet meer voor gebruikers die op iOS 6 bleven. Apple zei destijds dat het certificaat voor de duurdere verbindingstechnologie was verlopen en adviseerde klanten te updaten naar iOS 7 om van FaceTime gebruik te blijven maken.
Mensen zeiden hierdoor gedupeerd te zijn, omdat oudere iPhones minder goed overweg konden met iOS 7. Volgens de aanklacht hadden gebruikers van de iPhone 4 en iPhone 4S na de update last van traagheid en foutmeldingen.













