LinkedIn heeft het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten om helderheid gevraagd over het ongevraagd kopiëren van foto’s van het platform, meldt Law360. Centraal staat de vraag of het voor derde partijen is toegestaan om persoonlijke data van openbare websites te scrapen, zelfs als de websitebeheerder dat verbiedt.

De kwestie speelt tussen LinkedIn en hiQ Labs, een Amerikaans bedrijf dat software gebruikt om automatisch informatie van LinkedIn-gebruikers te verzamelen en te gebruiken voor een eigen database.

De zaak gaat terug tot 2017. In mei van dat jaar stuurde LinkedIn een brief naar hiQ met het verzoek om het scrapen te stoppen. Drie maanden later oordeelde een federale rechter dat LinkedIn de starup niet mag belemmeren om de openbare profielen te bekijken.

Eind 2019 hield het het Hof van Beroep dat oordeel in stand. “LinkedIn heeft geen beschermd eigendomsbelang in de gegevens die door zijn gebruikers zijn aangeleverd, omdat zij eigenaar blijven van hun profielen”, aldus rechter Marsha Berzon. “De openbaar beschikbaar profielen zijn duidelijk bedoeld om door anderen te worden geraadpleegd.”

Volgens LinkedIn zijn de praktijken van hiQ in strijd met de Amerikaanse wet rond computervredebreuk en is het oordeel van het Hof van Beroep onjuist. Het sociale medium, dat onderdeel is van Microsoft, vraagt het Hooggerechtshof nu opnieuw naar de zaak te kijken. Het kan maanden duren voor een oordeel volgt.

Source