Er is al genoeg gezegd en
geschreven over de deceptie die ‘KEI’ heet, de (poging tot) digitalisering van
de rechtspraak. Gebleken is dat de schaal en complexiteit van de digitalisering
van de rechtspraak zijn onderschat. In 2016 zijn echter al wel de procesregels
voor het digitaal procederen in werking getreden en is er bij de rechterbank
Gelderland en Midden Nederland als pilotgerechten conform deze nieuwe
procesregels digitaal geprocedeerd. Nu de digitalisering van de rechtspraak
niet doorgaat, althans niet in deze vorm en op deze wijze, moeten de  procesregels voor digitaal procederen weer plaats maken voor de oude en zal het digitaal procederen bij
de pilotgerechten moeten worden stop gezet. Omdat niet alle procesregels voor digitaal procederen uitsluitend zijn toe te passen op het digitaal procederen, maar in het kader
van modernisering en vereenvoudiging bij voorkeur ook voor het niet-digitaal procederen worden toegepast, blijven een aantal van die procesregels voor digitaal procederen behouden.

In de eerste plaats wordt
gewaarborgd dat de rechter op verzoek van een partij of partijen, maar ook
ambtshalve, in alle gevallen en in elke stand van het geding een mondelinge behandeling
kan bevelen. Het verschil met het huidige procesrecht is dat de mondelinge behandeling
niet is beperkt tot een schikkings- inlichtingencomparitie. Daarnaast krijgt de
rechter meer mogelijkheden om de mondelinge behandeling af te stemmen op de
bijzonderheden van de zaak en de wensen van partijen. Zo krijgen partijen de
gelegenheid om hun standpunten nader toe te lichten en kunnen getuigen en
deskundigen met voorafgaande toestemming van de rechter ook tijdens de
mondelinge behandeling worden gehoord. Het pleidooi vervalt omdat de rechter
partijen altijd in de gelegenheid moet stellen hun standpunten mondeling toe te
lichten. Dit vloeit ook voort uit artikel 6 EVRM waarin het recht op een mondelinge
behandeling is opgenomen (fair and public hearing). Verder kunnen de procespartijen
elkaar tijdens de mondelinge behandeling rechtstreeks vragen stellen. De
rechter heeft wel de bevoegdheid om te beletten dat aan een bepaalde vraag
gevolg wordt gegeven.

Verder worden de regels over
de schikking en het proces-verbaal overgenomen uit de procesregels voor het
digitaal procederen. Die regels verschillen bijna niet van de huidige praktijk,
voornamelijk de formulering is anders. Wel is nu uitdrukkelijk opgenomen dat de
procedure eindigt door het bereiken van een schikking en moet standaard een
proces verbaal van de schikking worden opgemaakt, dat is nu alleen nog indien
een partij dit verlangd. Nieuw is dat het proces-verbaal van een mondelinge
behandeling waarop geen schikking is bereikt ook kan bestaan uit geluid- of
beeldopnames.

De nieuwe procesregels treden
in werken per 1 oktober 2019 en geven de rechter een sterkere regiefunctie en er
zijn meer mogelijkheden tijdens de mondelinge behandeling.

De procedures die bij de pilotgerechten
voor 1 oktober 2019 digitaal zijn gestart worden conform de procesregels voor
digitaal procederen afgehandeld. Om te bevorderen dat het digitaal procederen
bij deze pilotgerechten zo snel mogelijk wordt uitgefaseerd, kan de rechter met
toestemming van partijen de zaak ook verder afhandelen volgens niet-digitale
procesregels. Ook een minder vergaande aanpak is mogelijk. De rechter kan ook
met partijen afspreken dat zij geen gebruik meer maken van het digitale systeem
van de rechtspraak. In geval van verzet tegen een verstekvonnis dat wordt
ingesteld na 1 oktober 2019, zijn de regels voor niet-digitaal procederen van
toepassing – ook al is de verstekprocedure dus digitaal gevoerd.

Overigens is het digitaal
procederen niet van de baan. De raad voor rechtspraak heeft een nieuw basisplan
vastgesteld voor de digitalisering van rechtspraak. Het basisplan gaat uit van digitale
toegankelijkheid voor rechtzoekenden en een beter beheersbare aanpak. Procespartijen
kunnen op vrijwillige basis hun stukken digitaal indienen, waarna er een digitaal
dossier beschikbaar wordt gesteld. Als deze aanpak positieve resultaten
oplevert, kan het digitaal procederen alsnog verplicht worden gesteld.
 

Source