Een voor computervredebreuk veroordeelde vrouw moest terecht dna-materiaal afstaan voor de dna-databank voor strafzaken, zo heeft de rechtbank Noord-Holland geoordeeld. De vrouw stond in maart van dit jaar dna-materiaal af en maakte hier meteen bezwaar tegen.

Ze is het niet eens met haar veroordeling en heeft daar hoger beroep tegen ingesteld. Verder vindt ze dat de afname van dna, gelet op de aard van het misdrijf, niet van betekenis is voor de voorkoming, opsporing, vervolging dan wel berechting hiervan. De vrouw noemt de afname van dna ook een inbreuk op haar privacy die niet proportioneel is.

Volgens het Openbaar Ministerie heeft de vrouw voor eenzelfde feit eerder een strafbeschikking aangeboden gekregen en is er sprake van recidive. Daarnaast stelt de officier van justitie dat ook bij computervredebreuk dna van belang kan zijn voor het onderliggende onderzoek.

De advocaat van de vrouw liet daarop weten dat haar cliënt gezien kan worden als een first offender. Zij heeft weliswaar eerder een strafbeschikking gehad voor eenzelfde feit, maar het zou niet de verwachting zijn dat ze nog een keer de fout ingaat. De afname van haar dna is dan ook een inbreuk op haar persoonlijke integriteit, liet de advocaat weten.

De rechter is het aan de ene kant eens met de advocaat dat de afname van dna niet rechtstreeks kan leiden tot bewijsmateriaal dat er computervredebreuk is gepleegd, maar stelt aan de andere kant dat het wel een rol kan spelen in het onderzoek naar een dergelijk strafbaar feit. Ook bij computervredebreuk kan een dna-profiel van belang zijn. Mocht de vrouw in hoger beroep worden vrijgesproken zal haar dna-profiel uit de databank worden verwijderd. De rechter verklaarde het bezwaar van de vrouw dan ook ongegrond.

Source