De rechtbank Amsterdam heeft een 30-jarige verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 80 uur wegens het verwijderen van accounts van een stichting, het aanpassen van wachtwoorden en het downloaden van back-ups met klantgegevens.

De Verdachte was als vrijwilliger werkzaam bij een stichting die onderzoek doet en cursussen verzorgt voor mensen in Iran op het gebied van mensenrechten, democratie en internetvrijheid. Hij verzorgde de ict-werkzaamheden voor de stichting en beschikte zodoende over het wachtwoord van het Google Suite-beheerdersaccount en had een eigen account met beheerdersrechten.

Volgens de rechter heeft de verdachte Google-accounts van de stichting verwijderd, alsmede van meerdere accounts de wachtwoorden aangepast. Ook maakte hij van verschillende accounts back-ups die onder andere persoonsgegevens van klanten van de stichting bevatte en kopieerde deze back-ups naar zijn eigen computer. De verdachte was niet geautoriseerd om deze handelingen uit te voeren.

“Daarnaast blijkt uit technisch onderzoek dat verdachte gebruik heeft gemaakt van VPN- en TOR-verbindingen, waaruit geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat hij zijn handelingen heeft proberen te verbergen”, aldus de rechter. De verdachte voerde zijn handelingen uit toen hij nog in dienst was bij de stichting, alsmede een aantal dagen nadat hij daar was vertrokken.

“Hij heeft met zijn handelen zijn bevoegdheden als administrator van de stichting overschreden en daarmee computervredebreuk gepleegd en digitale gegevens gemanipuleerd. Hij heeft zijn kennis van de digitale wereld misbruikt en daarmee het vertrouwen dat iedereen moet kunnen hebben in het gebruik van interne systemen en het internet geschaad. Dit is helemaal het geval bij een stichting die vooral draait op vrijwilligers”, zo laat de rechter in het vonnis weten.

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 80 uur. Er was ook nog een schadevergoeding van 415.000 euro geëist, maar volgens de rechter was de vordering onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij werd dan ook niet ontvankelijk verklaard.