De Tweede Kamer wil opheldering van demissionair minister Koolmees van Sociale Zaken over berichten van vakbonden CNV en FNV dat werkgevers hun thuiswerkend personeel door middel van software in de gaten houden. Volgens CNV gaat het zeker om meer dan een half miljoen thuiswerkers. Zowel D66, Denk als de SP hebben Kamervragen aan de minister gesteld.

“Welke rechten hebben werknemers wanneer zij thuiswerken en hun werkgever wil controleren of zij
wel of niet aan het werk zijn? Verschilt dat van de situatie dat iemand op kantoor werkt?”, vragen D66-Kamerleden Van Weyenberg en Van Ginneken. Ook willen zij weten wanneer er bij monitoring van thuiswerkers sprake is van een privacyschending en wanneer mensen de overtreding bij de Autoriteit Persoonsgegevens moeten melden.

“Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat de burger, bovenop de mobiliteitsbeperkende coronamaatregelen, ook thuis privacy en autonomie kwijtraakt? Zo nee, waarom niet?”, vraagt DENK-Kamerlid Van Baarle. Ook wil hij weten of Koolmees het risico op meer wantrouwen bij de werkgever als gevolg van meer thuiswerken van de werknemer heeft voorzien en welke maatregelen er zijn genomen om dit risico te ondervangen.

De minister moet ook duidelijk maken of er al een wettelijk regime is over wat wel en niet mag met betrekking tot monitoring van thuiswerkers door werkgevers. “Zo nee, moet daar dan niet een wettelijk regime voor ontwikkeld worden?”, vraagt het DENK-Kamerlid. Van Baarle wil verder weten wat Koolmees gaat doen om het gebruik van verregaande digitale controle door werkgevers te ontmoedigen en of werkgevers de proportionaliteit wel voldoende onderbouwen.

SP-Kamerlid Van Kent wil van de minister weten hoeveel klachten er sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens over digitale monitoring. “Deelt u de mening dat de kwaliteit van werk niet te meten is aan het aantal aanslagen op een toetsenbord of het aantal klikken met een muis maar aan het uiteindelijke product dat het werk oplevert?”, vraagt Van Kent verder. Koolmees moet tevens duidelijk maken of de Inspectie SZW genoeg mogelijkheden heeft om buitensporige monitoring aan te pakken en hoeveel werkgevers er inmiddels zijn aangesproken op overtredingen.

“Bent u het met de stelling eens dat digitale monitoring in veel werkomgevingen onnodig en ongewenst is en bijdraagt aan een voor veel mensen toch al stressvolle verplichte thuiswerksituatie? Hoe gaat u ervoor zorgen dat digitale monitoring en het wantrouwen door werkgevers dat daarbij hoort niet de norm wordt?”, luidt de laatste Kamervraag van Van Kent. Koolmees heeft drie weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

Source