De Staat gaat niet in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter omtrent fraudeopsporingssysteem SyRI, schrijft staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) donderdag in een brief aan de Kamer. De rechtbank in Den Haag oordeelde begin februari dat SyRI in strijd is met de mensenrechten.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gebruikt het Systeem Risico Indicatie (SyRI) sinds 2014. Met het systeem kan een grote hoeveelheid data van alle burgers in een bepaalde wijk geanalyseerd worden. Met algoritmes kan berekend worden bij wie een groot risico bestaat op het plegen van fraude met onder meer sociale voorzieningen.

De rechter oordeelde dat fraudeopsporing van groot maatschappelijk belang is, maar dat de wetgeving die SyRI mogelijk maakt niet voldoende waarborgen bevat om burgers te beschermen tegen inbreuk van hun privéleven.

“Ik heb het vonnis van de rechter bestudeerd en heb, na overleg met mijn collega’s binnen het kabinet, besloten om niet in hoger beroep te gaan”, schrijft Van Ark. Op dit moment lopen er geen SyRI-projecten en eventuele nieuwe aanvragen worden niet in behandeling genomen.

Ontwikkelen nieuw instrument tegen fraude

Van Ark is van plan een nieuw instrument te ontwikkelen voor het aanpakken van fraude, waarbij lessen worden getrokken uit de ervaringen en de knelpunten bij de toepassing van SyRI.

“Voor het behoud van ons stelsel van sociale zekerheid is het van belang om misbruik te voorkomen en aan te pakken. Nieuwe technologieën bieden mogelijkheden om effectief en efficiënt fraude te voorkomen en te bestrijden, bijvoorbeeld door het koppelen van gegevens en het gebruik van algoritmen. De inzet van deze middelen is volgens de rechter legitiem”, aldus Van Ark.

De Staat gaat in gesprek met verschillende partijen en inhoudelijke experts over hoe nieuwe technologische hulpmiddelen kunnen worden ingezet om op een effectieve en efficiënte manier fraude te bestrijden. Daarbij moet privacy genoeg gewaarborgd blijven.

Source