De SP heeft minister Hoekstra van Financiën en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid om opheldering gevraagd over het vergoeden van slachtoffers van telefoonspoofing door banken. Het gaat dan met name om de definitie van “grove nalatigheid”, stelt SP-Kamerlid Van Nispen.

Bij telefoonspoofing worden mensen door oplichters gebeld die zich voordoen als bankmedewerker. Door middel van spoofing laten de oplichters het echte telefoonnummer van de bank op de telefoon van het slachtoffer verschijnen. Vervolgens stelt de zogenaamde medewerker dat het geld van het slachtoffer niet veilig is en naar een “kluisrekening” moet worden overgemaakt. Deze rekening is in werkelijkheid van een katvanger. Op deze manier zijn vorig jaar honderden slachtoffers gemaakt die voor miljoenen euro’s werden bestolen.

Slachtoffers werden meestal niet door de bank schadeloos gesteld, aangezien zij het geld zelf overmaakten. Afgelopen december kwamen minister Hoekstra en ABN Amro, Rabobank, ING en De Volksbank overeen dat de banken slachtoffers van spoofing met terugwerkende kracht gaan vergoeden. Slachtoffers komen voor een vergoeding in aanmerking wanneer er aantoonbaar en overtuigend sprake is van misbruik van de naam of telefoonnummer van de eigen bank en het slachtoffer aangifte bij de politie heeft gedaan.

Daarnaast mag er geen sprake zijn van grove nalatigheid van de klant. De banken gaan nog collectief uitwerken wanneer er sprake is van grove nalatigheid bij spoofing. “Klopt het dat er nog steeds geen overeenstemming bestaat onder banken over wat nu precies valt onder “grove nalatigheid” en dat het dus voor kan komen dat gelijke, dan wel vergelijkbare gevallen alsnog anders beoordeeld worden door verschillende banken? Zo ja, acht u dat wenselijk? Zo nee, wat is dan precies de definitie van “grove nalatigheid”?”, stelt Van Nispen de vraag aan beide ministers.

Het SP-Kamerlid vraagt de bewindslieden om zich in te spannen om alsnog zo snel als mogelijk duidelijkheid te krijgen over wat banken nu precies verstaan onder “grove nalatigheid”. Mochten Hoekstra en Grapperhaus dit niet willen doen, dan moeten ze aan Van Nispen duidelijk maken waarom. De ministers hebben drie weken de tijd om de vragen te beantwoorden.

Image

Source