Een vrouw die slachtoffer van WhatsAppfraude werd wil dat de bank de geleden schade vergoedt, net zoals het doet bij slachtoffers van telefoonspoofing. Het financiële klachteninstituut Kifid stelt echter dat de bank dit niet hoeft te doen en wijst de vordering van de vrouw af.

De vrouw werd eind 2019 benaderd door een oplichter die zich voordoet als haar zus en zegt over een nieuw telefoonnummer te beschikken. Na wat uitgewisselde berichten en pogingen elkaar te bellen vraagt de oplichter aan de vrouw om een tweetal rekeningen te betalen, wat zij ook doet.

Wanneer de oplichter vraagt een derde rekening te betalen ruikt de vrouw onraad. Ze stelt de oplichter verschillende controlevragen die deze niet of dan wel verkeerd beantwoordt. Bij de eerste twee transacties maakt de vrouw meer dan 2500 euro over. De Rabobank, waar de vrouw bankiert, weet van dit bedrag 24,50 euro veilig te stellen. 2500 euro is echter dan al weg. De vrouw dient een klacht bij de bank in, maar dat leidt niet tot een schadevergoeding.

De vrouw hoort eind vorig jaar via de media dat banken slachtoffers van telefoonspoofing wel vergoeden. Daarop vraagt ze de Rabobank nogmaals de geleden schade te vergoeden, maar wederom weigert de bank dit. De vrouw dient daarop een klacht in bij het Kifid. Ze vindt dat de bank met twee maten meet, aangezien slachtoffers van telefoonspoofing wel worden vergoed en slachtoffers van WhatsAppfraude niet.

Telefoonspoofing en WhatsAppfraude zijn volgens de vrouw soortgelijke vormen van oplichting, waarbij een oplichter zich als iemand anders voordoet. Daarnaast maken slachtoffers bij beide vormen het geld zelf over naar die van de oplichter of katvanger.

De Rabobank stelt in een reactie dat het niet verplicht is om slachtoffers van telefoonspoofing te vergoeden, maar dat het hier om een coulanceregeling gaat. Het is daarmee aan de bank om te bepalen of zij gelet op de feiten en omstandigheden in het specifieke geval tot een vergoeding overgaat. Daarnaast doet een oplichter zich bij telefoonspoofing voor als bankmedewerker, terwijl oplichters zich bij WhatsAppfraude voordoen als een bekende van het slachtoffer.

Het Kifid zegt zich in de verdediging van de bank te kunnen vinden. Zo doet het slachtoffer beroep op een coulanceregeling die voor een andere vorm van oplichting is opgesteld. “De commissie is van oordeel dat de bank op die grond niet tot vergoeding verplicht kan worden; een tegemoetkoming uit coulance is immers niet juridisch afdwingbaar. Dit betekent dus dat op deze grond de vordering van de consument niet is toe te wijzen”, zo laat het Kifid weten.

De vrouw stelde verder dat de Rabobank een platform creëert voor oplichters om via een Rabobankrekening bedragen te ronselen van slachtoffers en de gelegenheid biedt om deze bedragen direct van de rekening af te halen. Het Kifid laat daarover weten dat de vrouw haar stelling niet verder heeft onderbouwd en de bank opmerkt dat deze vorm van fraude lastig is te bestrijden, onder meer omdat aan de betaling zelf niet is af te lezen dat het om fraude gaat aangezien het slachtoffer de transactie zelf uitvoert. Het Kifid wijst de vordering van de vrouw dan ook af (pdf).

Source