De maatschappelijke functie van contant geld kan niet altijd worden overgenomen door de betaalpas en andere elektronische betaalmiddelen, zo heeft minister Hoekstra van Financiën laten weten op Kamervragen van de VVD. In oktober maakte De Nederlandsche Bank (DNB) bekend dat in de eerste helft van dit jaar het aantal pinbetalingen aan de kassa de 60 procent is gepasseerd.

Coen Voormeulen, directeur Cash van De Nederlandsche Bank, uitte tegenover het AD zijn zorgen. “Veel mensen hebben moeite met pinnen: een deel van de ouderen, visueel gehandicapten. Ook zijn er 2,5 miljoen laaggeletterden.” Daarnaast is er het risico van storingen en aanvallen. “Cashloos maakt je als samenleving kwetsbaar”, aldus Voormeulen. Aanleiding voor VVD-Kamerlid Van Rooijen om vragen aan Hoekstra te stellen.

De minister stelt dat hij het functioneren van contant geld als toonbankbetaalmiddel belangrijk vindt. “Contant geld heeft een maatschappelijke functie die niet altijd kan worden overgenomen door elektronische betaalmiddelen. Daarom acht ik het van belang dat de toegang tot contant geld op orde is en in evenwicht is met de maatschappelijke vraag.” Tevens laat Hoekstra weten dat het voor de stabiliteit van het toonbankbetalingsverkeer belangrijk is dat contant geld een goed alternatief blijft in situaties waarin het elektronisch betalen niet werkt.

Hoekstra wil het functioneren van het betaalmiddel aan de markt overlaten, maar kunnen bijsturen wanneer de goede werking ervan in het geding zou kunnen komen. “Zo voorkomen we dat ongemerkt een point of no return wordt gepasseerd. Indien hier zich problemen gaan voordoen in die zin dat bepaalde (kwetsbare) groepen consumenten of burgers worden uitgesloten van het betalingsverkeer, zal ik vervolgstappen overwegen”, aldus de minister (pdf).