Internetproviders zijn geen voorstander van een vrije modemkeuze, ook al blijkt uit onderzoek dat deze keuze geen gevolgen heeft voor de veiligheid van openbare en private netwerken. Dat heeft staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken aan de Tweede Kamer laten weten.

In de praktijk leveren internetproviders de modems waar hun abonnees gebruik van maken en stellen het gebruik hiervan doorgaans verplicht. “Er zijn op het moment van schrijven van deze kamerbrief slechts enkele telecomaanbieders die vrije modemkeuze volledig ondersteunen. Er is verder ook tenminste één telecomaanbieder die dit deels ondersteunt voor de routerfunctionaliteit waardoor aansluiting van een door de gebruiker zelf gekozen (hoofd)router mogelijk is”, aldus Keijzer.

Volgens de staatssecretaris bevordert vrije keuze van eindapparaten marktinnovatie, biedt het gebruikers voordelen en verlaagt het overstapdrempels, juist ook in het geval van modems. In een EU-richtlijn is daarnaast het recht vastgelegd om eigen eindapparatuur te gebruiken in het kader van internettoegangsdiensten. Er was in Nederland echter onduidelijkheid of een modem bij het private netwerk van de gebruiker hoort of niet. Eind 2017 kwam Keijzer met een conceptbeleidsregel die stelt dat een modem tot het private netwerk behoort en dus vrij door de gebruiker gekozen kan worden.

Telecom- en internetproviders reageerden op de beleidsregel, en vroegen daarbij aandacht voor de veiligheid en continuïteit van de dienstverlening als de vrije modemkeuze wordt ingevoerd. Daarop heeft de staatssecretaris een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de technische en operationele aspecten van vrije modemkeuze, met een focus op de veiligheidsaspecten voor netwerken en de continuïteit van de dienstverlening.

Uit het onderzoek blijkt dat bij vrije modemkeuze de beveiliging van de toegang tot het openbare netwerk voor specifieke dienstonderdelen tot meer complexiteit kan leiden en (initieel) hogere kosten kan opleveren, maar dat vrije modemkeuze niet voor fundamentele veranderingen zorgt wat betreft de veiligheid van zowel de openbare als private netwerken in het kader van de IoT-ontwikkeling (pdf).

Ondanks de uitkomsten van het onderzoek zijn internetproviders niet overtuigd, schrijft de staatssecretaris. Er is dan ook “beperkt draagvlak” voor het invoeren van vrije modemkeuze. De providers stellen dat centraal beheer van modems nodig is om veiligheidsgevaren van het Internet of Things effectief te kunnen bestrijden. De staatssecretaris merkt op dat zij de ondersteuning van vrije modemkeuze door providers van belang vindt, juist ook om geen concessies te doen aan de veiligheid van de netwerken.

“Ik vind keuzevrijheid voor deze apparatuur van belang voor de implementatie van Europese regelgeving. Veiligheid zie ik als een essentiële randvoorwaarde en tevens integraal onderdeel voor een goede werking van de (bredere) markt voor eindapparaten”, aldus Keijzer. Ze wijst daarbij naar de nog lopende Europese ontwikkelingen over het stellen van veiligheidseisen voor eindapparaten, die als randvoorwaarde van de regelgeving dienen en voor draagvlak onder telecomaanbieders voor vrije modemkeuze moeten zorgen.