De CoronaCheck-app kan vergaande gevolgen voor de fundamentele rechten van burgers hebben, maar een duidelijk beleid en visie vanuit de overheid hoe de app moet worden ingezet ontbreekt, zo stellen Natali Helberger, hoogleraar Law and Digital Technology aan de UvA, Joanna Strycharz, universitair docent aan de UvA, en Marijn Sax, postdoctoraal onderzoeker aan de UvA in een column voor NRC.

Daarnaast drijft de CoronaCheck-app op een “onverantwoordelijk summier wetsvoorstel”, zo stellen de drie verder. Via de CoronaCheck-app, die al in gebruik is, kunnen gebruikers aantonen of ze zijn gevaccineerd, getest of hersteld van een coronabesmetting. De app moet gebruikers toegang tot locaties en evenementen geven. Volgens de drie is er vooral gekeken naar de technische specificaties, maar weinig stilgestaan bij de meer beleidsmatige en juridische vragen. Zoals hoe, wanneer en wie de app kan inzetten en met welk doel.

Het wetsvoorstel om de app mogelijk te maken werd pas op 16 april ingediend en is volgens het drietal bijzonder summier wat betreft voorwaarden aan het gebruik van deze app. “We moeten, zo lijkt de gedachte, als maatschappij eerst lekker aan de slag met de CoronaCheck-app om zo uit te vinden waar ‘ie wel en niet handig voor is”, zo stellen Helberger, Strycharz en Sax.

Ze waarschuwen dat de CoronaCheck-app mogelijk verstrekkende gevolgen heeft, inclusief inbreuk op fundamentele rechten van burgers. “Wanneer de inzet van zo’n app overwogen wordt, moet kraakhelder zijn van welk beleid deze onderdeel is. We mogen – en moeten – van de minister een duidelijke beleidsvisie vragen over de beleidsstrategie waar deze app in past.”

De hoogleraar, universitair docent en postdoctoraal onderzoeker vinden dat van tevoren bekend moet zijn onder welke precieze voorwaarden welke partijen de app mogen inzetten en welke verantwoordings- en evaluatiestructuur daarbij hoort. “Dat zijn geen spannende, sexy vragen, maar ze zijn o zo belangrijk. Een app die fundamentele rechten inperkt is geen speeltje.”

Source