De gemeente Enschede heeft wegens de inzet van wifi-tracking in de binnenstad een boete van 600.000 euro van de Autoriteit Persoonsgegevens gekregen. Vier jaar geleden besloot de gemeente Enschede om door middel van sensoren de drukte in de binnenstad te meten. Hiervoor werd een bedrijf ingehuurd dat gespecialiseerd is in het tellen van passanten.

Het bedrijf plaatste meetkastjes in de winkelstraten die de wifi-signalen van mobiele telefoons van passerende mensen opvingen. Daarbij werd elke telefoon middels een unieke code apart geregistreerd. Door het aantal telefoons dat op een bepaald moment rond een meetkastje is te registreren kan de drukte worden gemeten. “Houd je over een langere periode bij welke telefoon langs welk meetkastje komt, dan verandert dit ‘tellen’ in het volgen van mensen”, zo stelt de Autoriteit Persoonsgegevens. Dit bleek bij de gemeente Enschede aan de hand te zijn.

“De privacy van burgers was dus niet goed gewaarborgd, omdat zij konden worden gevolgd zonder dat dit noodzakelijk was”, laat de privacytoezichthouder verder weten. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat bezoekers van de binnenstad zijn gevolgd, maar het inzetten van wifi-tracking waarmee dit mogelijk is, is volgens de AP op zichzelf al een ernstige overtreding van de AVG. De gemeente en twee betrokken bedrijven hadden toegang tot de wifi-data.

De gemeente begon in 2018 met het schenden van de wet. Door optreden van de Autoriteit Persoonsgegevens werd besloten om op 1 mei 2020 met het gebruik van wifi-tracking te stoppen. De privacytoezichthouder stelt dat aan de inzet van wifi-tracking strenge eisen zijn verbonden en dit in de meeste gevallen verboden is. “Omdat deze techniek zo ingrijpt in het leven van mensen, mag je het alleen in uiterste gevallen inzetten”, zegt AP-vicevoorzitter Monique Verdier. De gemeente Enschede heeft bezwaar tegen de boete aangetekend.

Source