Het Oostenrijkse voorzitterschap bereikte vandaag een voorlopig akkoord met het Europees Parlement over maatregelen voor een vlotter verkeer van goederen in de hele EU. Met de nieuwe regels wordt de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning verbeterd en uitgebreid.

Het is een goede zaak dat fabrikanten, handelaars en consumenten meer kunnen uitgaan van het beginsel van wederzijdse erkenning. De nieuwe regels zullen leiden tot minder bureaucratie, meer kansen voor bedrijven, een ruimere keuze voor de consumenten en meer concurrerende prijzen.

Margarete Schramböck, Oostenrijks Minister van Digitalisering en Economische Zaken

De ontwerpverordening moet de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning verbeteren door:

  • – 

    het toepassingsgebied van wederzijdse erkenning te verduidelijken. Dit zal ondernemingen en nationale autoriteiten meer rechtszekerheid bieden met betrekking tot de vraag wanneer het beginsel van wederzijdse erkenning kan worden toegepast;

  • – 

    een verklaring van wederzijdse erkenning in te voeren waarmee gemakkelijker kan worden aangetoond dat goederen reeds rechtmatig in de handel zijn gebracht in een EU-land. Hierdoor moeten marktdeelnemers kunnen profiteren van het gebruik van die verklaring bij de beoordeling van goederen;

  • – 

    een probleemoplossingsmechanisme in te stellen op basis van het Solvit-netwerk. Dit moet praktische oplossingen bieden in het geval van geschillen over de vraag of een administratief besluit inzake ontzegging of beperking van markttoegang verenigbaar is met het beginsel van wederzijdse erkenning;

  • – 

    de administratieve samenwerking te verbeteren door maatregelen zoals de instelling van productcontactpunten en een intensiever gebruik van IT-technologie. Hierdoor moeten de uitwisseling van informatie en het vertrouwen tussen nationale autoriteiten beter worden;

  • – 

    financiële steun van de EU mogelijk te maken voor het invoeren van deze nieuwe mechanismen.

Na de formele goedkeuring van het verordeningsvoorstel door het Parlement en de Raad, zullen de nieuwe regels van toepassing worden 12 maanden na de inwerkingtreding van de verordening.

Volgende stappen

Het Europees Parlement en de Raad moeten het voorlopig akkoord bekrachtigen voordat het formeel wordt aangenomen.

Achtergrond

Met het bestaande rechtskader kunnen bedrijven onvoldoende uitgaan van het beginsel van wederzijdse erkenning wanneer zij nieuwe markten in andere EU-landen betreden. Goederen die in een EU-land rechtmatig in de handel worden gebracht, worden soms nog zonder geldige reden de toegang tot de markt in een ander EU-land ontzegd. Als gevolg daarvan hebben bedrijven de neiging hun goederen aan te passen aan de verschillende voorschriften van elke nationale markt die zij trachten te betreden. Dit veroorzaakt ongerechtvaardigde kosten en vertragingen.

Het beginsel van wederzijdse erkenning vloeit voort uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het is een van de middelen om het vrije verkeer van goederen binnen de interne markt te waarborgen. Volgens dit beginsel mag een lidstaat de verkoop van producten die rechtmatig in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat, niet verbieden op zijn grondgebied, zelfs als die producten vervaardigd zijn volgens technische voorschriften die verschillen van de voorschriften voor binnenlandse producten. De enige uitzonderingen op dit beginsel zijn beperkingen die gerechtvaardigd zijn op legitieme gronden van openbaar belang en die in verhouding staan tot het nagestreefde doel.

De Commissie diende het voorstel voor de nieuwe verordening in op 19 december 2017 in het kader van het “goederenpakket”, dat ook een voorstel bevat voor een verordening tot vaststelling van voorschriften en procedures voor de naleving en de handhaving van de harmonisatiewetgeving van de Unie inzake producten.

Download als PDF

Handel

http://www.europa-nu.nl/id/vktpaqqapszc/nieuws/eu_zorgt_voor_vlotter_vrij_verkeer_van?ctx=vjgtmkwna7mq&s0e=vhdubxdwqrzw