Via de mobiele telefoon konden bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs contact onderhouden met het hoofdkantoor, en journalisten zo snel mogelijk breaking news doorgeven aan hun collega’s.

Dat kostte in het begin wel enorm veel ruimte en energie, schrijft techniekmagazine Today’s Engineer: de telefooninstallatie woog zo’n 40 kilo en nam het grootste deel van de bagageruimte in. Als er gebeld werd, vroeg dat zoveel stroom dat de koplampen uit gingen.

Het kostte ook een klein fortuin: 15 dollar abonnementskosten per maand, omgerekend naar de huidige koers ongeveer 175 euro. Plus ongeveer 35 dollarcent per gesprek (nu ruim 4 euro). In 1948 waren er zo’n 5000 Amerikaanse gebruikers, die samen zo’n 30.000 gesprekken per week voerden. Per stad konden slechts enkele gebruikers tegelijkertijd mobiel bellen, de rest moest op zijn beurt wachten.

In 1973 werd het écht mobiel

Toch is het discutabel of je dit echt kunt zien als het begin van de mobiele telefonie, zegt analist en gsm-kenner Tim Wijkman van Telecompaper. “Het was eigenlijk een vorm van radio, die had je in die tijd ook al in legervoertuigen. Het was in principe ook af te luisteren, voor iedereen die daar de apparatuur voor had.” In het begin kon je bovendien niet gelijktijdig praten via de autotelefoon, je moest praten of luisteren – net als bij een walkietalkie.

Bij het échte begin van de mobiele telefonie denkt Wijkman toch eerder aan de voorjaarsdag in 1973 (3 april om precies te zijn) waarop projectleider Marty Cooper van Motorola vanaf een stoep in New York een plagerig telefoontje pleegde naar de grote concurrenten van Bell Labs, die ook mobiele telefoons voor consumenten aan het ontwikkelen waren.

Cooper haalt herinneringen op aan dat moment:

Source