Geen Zoom, Google Hangouts of Microsoft Teams, het Tor Project dat zich inzet voor de privacy en veiligheid op internet maakt gebruik van heel andere tools om thuis te werken. Het Tor Project is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van Tor Browser en het Tor-netwerk.

Dagelijks maken 2,5 miljoen mensen hier gebruik van, zowel voor privacyredenen als het omzeilen van overheidscensuur. Sinds het Tor Project in 2006 als non-profitorganisatie werd geregistreerd werken medewerkers en de community voornamelijk vanuit huis. “Wanneer mogelijk gebruiken we vrije en opensourcetools”, zegt Stephanie Ann Whited van het Tor Project.

Nu wereldwijd organisaties en mensen vanwege de uitbraak van het coronavirus thuiswerken besloot het Tor Project een overzicht te geven van de tools waarmee het thuiswerkt. Veel van de online communicatie vindt plaats via IRC. Om van IRC gebruik te maken is het niet nodig eerst een e-mailadres of andere persoonlijke identificeerbare informatie te delen. Notities, agenda’s en blogposts worden via Riseup pads bijgehouden. Hiervoor is geen account vereist, alleen een webbrowser.

Als “productiviteitsplatform” is gekozen voor NextCloud, waarbij organisaties het platform volledig in eigen beheer hebben. Whited noemt het een tegenhanger van Google Suite en het wordt ingezet voor het werken aan documenten, het delen van kalenders en bestandsopslag. Voor kleinschalige groepschats en één-op-ééngesprekken werkt het Tor Project met de chat-app Signal. “Het is end-to-end versleuteld, en je kunt berichten met gevoelige informatie zo instellen dat ze verlopen”, merkt Whited op.

Videogesprekken worden via Jitsi Meet gehouden. Het Tor Project raadt aan Jitsi te proberen voordat er van Zoom gebruik wordt gemaakt, dat vanwege een gebrek aan transparantie onder vuur is komen te liggen. Wanneer het nodig is om vertrouwelijke bestanden te delen kiezen de ontwikkelaars en projectteams voor OnionShare. Gaat het om niet-gevoelige bestanden, dan worden die via share.riseup.net gedeeld.

Source