Wat hebben Mexico, Uruguay,
Tunesië, Senegal en de lidstaten van de Raad van Europa met elkaar gemeen? In
ieder geval dat ze allemaal verdragsstaat zijn bij het Dataprotectieverdrag van
1981. Het verdrag werd 28 januari 1991 voor ratificatie opengesteld, en in 2006
besloot de Raad van Europa dat het tijd was om bij de bescherming van data stil
te staan. De Raad riep om die reden 28 januari uit tot ‘data protection day’
ofwel ‘de Europese dag van de Privacy’.

Om het allemaal nét wat
feestelijker te maken wordt sinds dit jaar ook de Rodotà prijs uitgereikt op
Dataprotectiedag. De prijs is vernoemd naar de Italiaanse jurist Stefano Rodotà
(1933-2017). De eerste editie is gewonnen door Ingrida Milkaite en Eva Lievens,
van de Universiteit Gent, voor hun onderzoek naar het recht van kinderen op
privacy en dataprotectie in het digitale tijdperk.

In Nederland werd verder deze
dag door de Autoriteit Persoonsgegevens bericht dat Nederlanders zich zorgen
maken over hun privacy. Dit blijkt uit een steekproef, uitgevoerd onder  1002 Nederlanders.
Van de
ondervraagden blijkt 94% zich zorgen te maken over hun privacy. Daarvan maakt
maar liefst 62% zich weinig zorgen. De meeste zorgen maken de ondervraagden
zich over (mogelijk) misbruik met kopieën van ID-bewijzen door online winkels.
Verder dient 59% van de Nederlanders bij schending van hun privacyrechten een
klacht in bij de AP, en 10% antwoord dat ze niet weten wat ze in die situatie
doen. Opmerkelijk is verder dat 88% geen gebruik maakt van zijn of haar
privacyrechten en maar liefst 59% daarvan heeft hier geen specifieke reden
voor. Verder vindt de helft van alle (ondervraagde) Nederlanders het recht om
vergeten te worden ‘zeer belangrijk’. Over dit specifieke recht heeft de A-G
van het Hof van Justitie onlangs nog een conclusie uitgebracht, de blog
daarover vind je hier.

Verder berichtte
nu.nl dat Nederlanders vaak niet doorhebben hoe data om hen heen verzameld
wordt. In het bericht wordt verwezen naar een(overigens nog niet gepubliceerd)
rapport genaamd ‘Jouw Buurt Jouw Data’. Het onderzoeksrapport is geïnspireerd
op het gelijknamige onderzoek/spel van het Centre for BOLD cities, een
samenwerkingsverband tussen de universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam.
Het onderzoek laat je onder andere in twee digitale zoekprenten naar 10 data
verzamelende objecten zoeken, zoals een weerstation, die onder andere
temperatuur en luchtdruk meet, een regensensor, die kan signaleren of het
regent, en een grondwatermeter: wat betreft de functie daarvan, mag de lezer
zijn/haar verbeelding de vrije loop laten. Andere onderdelen van het spel zijn
het bepalen of je de pier op wilt. Om op de pier gelaten te worden moet wel je
ID-bewijs worden gescand. Niet wordt toegelicht waarom je mogelijkerwijze op de
pier wilt zijn, waarom je ID-bewijs gescand wordt of wie je ID wilt scannen. Enige context ontbreekt derhalve. 
Desondanks is het een goede oefening voor burgers om eens wat vaker stil te staan bij privacy.

De AVG biedt betrokkenen
verschillende rechten, en door de mogelijkheid hogere boetes op te leggen bij
overtredingen van de richtlijn, staat er een stok achter de deur bij
verwerkingsverantwoordelijken wat naleving betreft. Controle over eigen
persoonsgegevens is een groot goed, idem voor het verbod op geautomatiseerde
besluitvorming, het zijn drempels die dienen te voorkomen dat we zomaar een
speelbal worden in een Kafkaësk (digitaal) tijdperk, dat we veranderen in
nummertjes, en plots ‘superfluous’ (naar Hannah Arendt) zijn. De waarde van het
stilstaan bij privacy of het stimuleren van gedegen onderzoek naar data in het
digitale tijdperk is niet gering; suggestieve berichtgeving is daarentegen al
snel waardeloos. Kopjes als “94% van de Nederlanders maakt zich zorgen over
privacy”, of “Nederlanders weten niet hoe ze in steden gevolgd worden”, zijn
daarbij weinig behulpzaam.

Auteur:
Jelle van Dijk

 

 

https://www.solv.nl/weblog/dataprotectiedag/21731